Voorstelling
Iedere werkgever moet een interne dienst voor preventie en bescherming op het werk oprichten die hem bijstaat bij het toepassen van de te nemen maatregelen in het kader van het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk.
Wanneer die dienst al de hem opgelegde taken niet zelf kan vervullen, moet de werkgever aanvullend een beroep doen op een erkende externe dienst voor preventie en bescherming op het werk.
Binnen de externe en interne dienst worden preventieadviseurs aangesteld, die belast zijn met specifieke opdrachten.
Artikel 38 van de wet bepaalt dat een groep van werkgevers bij koninklijk besluit toegestaan kan worden om een gemeenschappelijke interne dienst op te richten. Deze oprichting is echter gebonden aan een aantal voorwaarden.
Opdrachten en taken
De taken en opdrachten van de interne en externe diensten worden weergegeven in afdeling II van het koninklijk besluit van 27 maart 1998 betreffende de interne diensten. De interne dienst moet bovenal advies geven, maar heeft ook andere verantwoordelijkheden:
meewerken aan de identificatie van aanwezige risico's, en advies geven over het globaal preventieplan en het jaarlijks actieplan;
advies geven over het opstellen van instructies, over informatie, onthaal en vorming van de werknemers;
antwoord geven op alle vragen van de werknemers over de toepassing van de wetgeving;
het uitwerken van een interne noodprocedure;
Meer informatie op deze site
Bij organisatorische structuren onder het thema Welzijn op het werk vindt u meer informatie en de regelgevende teksten.
Bijkomende inlichtingen